
Ooit, zowat 93 jaar geleden, toen het nog echt zomerde en winterde en alles zich uitsluitend afspeelde in twee kleuren, zwart en wit, ooit waren we op wandel met een hond, toevallig was het ook de onze, wat is “onze”, de hond is grotendeels eigen baas, wij geloven niet in het klik-klak-trainen, het is dan ook geen potentieel gevaarlijke hond, of “ik heb een kleine maar kijk wat een grote hond!”-geval, neen, we laten de natuur vrij, dat gebeurt sowieso al veel te weinig, een hond wordt niet getraind, hij of zij wordt geprogrammeerd en programmeren doen we in C# of Visual Basic of PHP, maar daar komen geen dieren aan te pas, o neen.
We waren dus op wandel, met de hond, een teefje, “wat een teef”, eindelijk kom je daar mee weg, en op een gegeven ogenblik, een natuurwonder zullen we het niet noemen, bekroop die hond de lust om te plassen, zoals dat ongetwijfeld ook u soms overkomt, nee lieg maar niet, het kan gewoon niet anders (onze excuses aan de onfortuinlijken die mogelijkerwijs hiervan vrijstelling genieten door een of andere medische aandoening, we kunnen ons er weinig bij voorstellen, het is dan ook alweer weekend en ons hoofd is leeg); de hond moest plassen, zoals het een echte teef past deed ze dat door haar achterste neer te hurken (voor de niet-hondenkenners: de mannetjes heffen 1 van hun achterpoten op, bij voorkeur mikken ze daarbij op een autoband – met wat geluk is het een Skoda – maar veeleer gaat het hier om een lantaarnpaal of iets anders erects – met wat geluk het linkerbeen van ‘alien’ E. Wally); enfin, ondertussen is het plasje allang voorbij, en wat merken we uit onze linkerooghoek? een stationaire vuilnisvrachtwagen, en een berispend kijkende bestuurder, even checken, kijkt hij echt naar ons? jawel, en kijkt hij echt berispend, wenkbrauwen gefronst en afkeurend schuddend hoofd? jawel, mijn god die berispt ons om het plassen van de hond op straat! even later, in een gezellig etablissement (ons huis), wat nakaartend (strippoker), met een verkwikkend drankje (Bloody Mary), hadden we door wat er gebeurd was: die man had de hurkende hondenbeweging gedetecteerd en, als afvalkenner, had geconcludeerd dat onze hond daar zomaar haar gevoeg deed, op het trottoir, en wij ernaar kijken en gewoon verder wandelen, dat moest het zijn.
Vanaf morgen echter wordt ook het hondenplassen in Lokeren berispend bekeken – of er ook echt een boete aan te pas komt, is ons niet duidelijk, maar dat heeft ook geen belang, wij hebben nog nooit een voet gezet in Lokeren en dat zal ook wel niet gebeuren, tenzij we verwezen worden naar een penitentiaire instelling aldaar, vanaf morgen verandert er het een en ander in Lokeren, en daardoor krijgt Lokeren een eervolle vermelding in het lijstje van “plaatsen met absurde wetten”; volgens ons aller VRT “zal het baasje tot de orde worden geroepen als de hond een plasje maakt op een openbare plaats”… hallo! wij tweevoeters hebben al vaak een duivelse last om ergens een plasplaats te vinden, en dan al zeker de teefjes onder ons, bovendien laat een hond zich niet zomaar bevelen “plas hier!” en waar is hier trouwens, zodra je buiten komt is het overal toch een “openbare plaats”? met andere woorden: je hond moet thuis plassen, desnoods op het parket of op het tapijt, de gezegenden kunnen hun hond daarvoor een tuin of terras aanbieden, de ongelukkigen zullen keer op keer”tot de orde geroepen moeten worden”, wat daarmee bedoeld wordt is allerminst onduidelijk, wacht even, dat hebben we al eens een keer gezegd.
In zowat elke stad, elk dorp, elk gehucht dat wij ooit doorkruist hebben, kan je bijna geen stap verzetten zonder dat je hond een of ander stuk afval besnuffelt en al dan niet verorbert, net voor je de leiband een snok hebt kunnen geven, onze hond moet al duizenden verkauwde stukken kauwgom verorberd hebben, honderden klokhuizen, tientallen pitten van perziken en ander vrucht, en ontelbare andere niet nader geïdentificeerde entiteiten afval, hetgeen nu eens leidt tot ongemak, dan weer tot heuse ziekte, en soms ook noopt tot een spoedpoepbeurt, maar pas dan, ja dan, staat de vermanende wetsvinger klaar om je tot de orde te roepen, gelukkig hebben wij altijd een poepzakje bij, ook tijdens wandelingen zonder hond.
De hond moet dus plassen op commando, dat lijkt ons een helse taak en ongetwijfeld zal het nobele – “Nultolerantie tegen overlast! al moeten we er onze dienst-Visa-kaart voor inleveren!” – Lokerse stadsbestuur die broodnodige trainingssessies zelf financieren, ze kwamen overigens nog met andere nieuwe ludieke maatregelen af die vanaf morgen dus gelden: het liedje van de ijskar mag slechts 15 seconden duren (jaaa! daar moet echt een expert mee bezig geweest zijn, het is immers proefondervindelijk bewezen dat een ijskardeuntje van 16 seconden ondraaglijk is, maar een deuntje dat 1 seconde minder lang duurt valt best wel te pruimen); verdelers van pamfletten moeten zelf de weggeworpen exemplaren oprapen (ook al gooit de ontvanger ervan die 100 kilometer verder weg, na het uitstappen uit de trein? wordt een speciaal comité van “pamflettenverdelersspotters” opgericht zodat telkens een team van minstens 10 spotters de verdelers in de gaten kan houden? als je als ontvanger van een akelig pamflet het papiertje verfrommelt en op de treinsporen gooit net voor een aanstormende trein, geldt dit gebod dan ook nog? afijn u begrijpt, het wordt bijzonder spannend in Lokeren); onze favoriet is deze: “tijdens de winter mogen geen ijspegels aan de daken hangen”, of nee, toch niet, het is deze: “mensen laten schrikken is uit den boze”, we zien het al voor ons, een guitigaard loopt door de hoofdstraat van Lokeren, roept luid “BOE!” en wordt onmiddellijk achternagezeten door een krijsende menigte burgers die hun stijf wijsvingertje met opengesperde mond op het stuk onverlaat richten, in ware “Invasion of the Body Snatchers”-stijl. Moet kunnen.