Toen duidelijk werd dat sommige Internettende lieden zichzelf nogal verloren in hun activiteiten op het Web en anderen hen dan ook terecht naar het hoofd slingerden “Get a life!”, had dit een onverwacht effect, pure ironie: ze creëerden er gewoon een tweede, Second Life dus, één van de uitwasemingen als gevolg van de immer interactieve, bruisende, hier en daar compleet geschifte moderne communicatiewereld, Second Life biedt de Internettende mens de mogelijkheid om zichzelf een puur virtuele – wat anders – identiteit aan te meten on line (off line is die identiteit in vele gevallen compleet spoorloos en is men amper in staat om de trein te nemen zonder constante begeleiding van walkman of anderszins entertainend apparaatje, men zou immers maar eens botsen op de échte wereld, wat dan!), zoals verwacht had dat Second Life, waar we overigens voor de rest heel weinig van afweten en de reden daarvoor is simpel: het kan ons geen moer schelen, dat Second Life dus had zoals verwacht enorm succes, de laatste keer dat we keken (en dat was tegelijk ook de eerste keer) hadden ze 6.240.591 ‘residenten’, een enorm pak natuurlijk, geef die maar eens te eten, maar, maar, daaronder een intrigerender getal: 1.708.177, al heel wat minder en al minder een probleem om te voeden als de meute opeens bij je thuis aanlandt, die 1 miljoen en een handvol zijn immers residenten die de voorbije twee maanden actief waren, de vraag is of die andere 4.532.414 (wie ons in onze arithmetische vingeroefeningen betrapt op een rekenfout mag rekenen op een virtueel pak slaag, in de echte wereld zijn we namelijk zo laf en mak als een dode huismus, hier echter zijn we stoer ende onversaagd), of dat pak mensen dus dat ofwel de interesse verloren heeft, ofwel het paswoord, ofwel gewoon het Licht gezien heeft, en in sommige gevallen, ongetwijfeld, het lot van bovenvermelde dode huismus gevolgd heeft, willens nillens, of dat deel dan wel eigenlijk vermeld mag worden, zo kan een supermarkt of een lokale afdeling van IKEA dan ook wel vermelden: “wij hebben 9.223.949 klanten” en dan blijkt dat dat alle klanten zijn die ooit een kassa daar gepasseerd zijn sinds 13 maart 1958, enfin u begrijpt waar we naartoe willen, die 4 miljoen verloren zonen en dochters zijn ook niet allemaal precies twee maanden geleden in rook opgegaan, sommigen allicht al heel wat langer geleden, misschien zelfs jaren, hoe ruikt een ontbindend virtueel lichaam?
En de avatar (een ferm woord dat eigenlijk betekent: je virtuele evenbeeld, een foto, je smoel, een oog, een komisch figuurtje, een teken, ieders fantasie creëert het eigen onding), krijgt die dan ook automatisch rottingsplekken, worden zombies in Second Life ook effectief zombies?, en zijn per definitie niet alle adepten daar zombies, al vanaf hun eerste intrede? nogmaals, we beweren hier niet experten te zijn, nergens in eigenlijk, maar als men leest dat in dat virtuele wereldje omgegaan wordt met “echt geld” en bedrijven zich daar nu profileren en er zelfs gewaarschuwd wordt voor mogelijke witwaspraktijken, dan voelen wij terstond een rare gewaarwording aan een van onze vingertoppen, vreemd, het topje heeft een rare kleur, het lijkt wel een loodplek, en die breidt zich uit, mijn god, de hele vinger is al omringd door dat loden omhulsel, is het lood, wat? nu al de hele hand, mijn god dit is de Matrix!
Second Life, net als de Matrix, is overal, hier een redelijk getrouwe weergave van eigen belevenissen, de dagboekvorm, daar als pure constructie van het Zelf, maar dan mits de nodige opsmukkingen, is dat wel een bestaand woord, maakt het ook wel iets uit, Lars von Trier is depressief, Jeroen Brouwers schrijft een boek, ‘and what with the price of coal’, zo heb je lui die onderhand vast al niet meer het onderscheid kennen tussen werkelijkheid en fictie, elke dag herscheppen ze zichzelf op hun virtuele stekje, in tegenstelling tot de Second Lifers, die er tenminste open en bloot voor uitkomen, treden zij naar voren als Echte Mens, maar de verhalen zijn vals en verzonnen, de eigenwaarde, voorheen zo plat als een lekke band, wordt stelselmatig opgepompt via haast subtiele zelfverheerlijking, het Ik als een Held, dit fenomeen is best wel lachwekkend en het gaat hier dan ook om uitzonderingen, wat het een beetje een nare smaak geeft is dat de frequente bezoekers (hun aantal is recht evenredig met de populariteit van bewuste webstek, denk hier maar even over na), dat die bezoekers dus ofwel goedmoedig zijn ofwel naïef en klakkeloos de hun opgediste verhalen slikken, het is wachten op de dag dat bewuste schrijver het relaas geeft van zijn ontmoeting met een buitenaards wezen, dan nog mag je erop rekenen dat minstens 1 bezoeker bezorgd zal vragen of het pijn deed, ach, wat doet pijn en wat kan al niet meer pijn doen, deze wereld doet pijn, vroeger omdat die stekels leek te hebben, nu omdat die geen stekels heeft en gewoon ronddraait en een vaste bodem biedt aan alles, ook datgene dat geen grond onder de voeten heeft.