Nooit meer dammen

We hebben allemaal wel al eens gedamd, bij voorkeur tijdens die ellenlange jeugdjaren die gekenmerkt werden door al te korte broeken, al te zomerse zomers en een onbestemd gevoel van onbestemdheid, dat eigenlijk nooit meer weggegaan is, bij voorkeur zeggen we, want laat ons toch toegeven, dammen is een spel voor mietjes of heel jonge jongelingen, als we ons twee wat oudere personen voor de geest halen die samen iets zitten te doen, non-seksueel natuurlijk, dan denken we spontaan aan iets als schaken, nog steeds een spel, maar voorzien van dat geweldige aura van stijlvolheid en nobiliteit, mochten we dezelfde twee aantreffen over een dambord, dan zouden we onmiddellijk de Gouden Gids openslaan, op zoek naar het dichtstbijzijnde rust- en verzorgingstehuis, dit uiteraard ingeval de personen op een of andere wijze te onzen laste vallen, mochten het ook voor ons complete vreemdelingen zijn, dan zouden we hen enkel smalend bekijken en ons weegs gaan, of uw weegs mochten we ons onverhoopt op uw Erf bevinden.

Dammen dus, de Engelschen ver weg noemen het checkers en de Engelschen wat dichterbij houden het op draughts, ongetwijfeld zijn er specialisten in deze bezigheid, zoals er ook fervente vinkenzetters zijn of paalzitters, geen handeling is zo idioot of hij wordt ergens wel uitgeoefend, eerlijk gezegd zouden we ons niet graag introduceren bij iemand in de zin van: “blabla en van beroep raketgeleerde en in onze vrije tijd plegen we graag een potje dammen, ja daar zijn we immers een echte krak in”, het is dat we nog moeten eten of het kwam er nu al uit, oh we herinneren ons nog wel het zoete genoegen van het verdubbelen van de damschijf als je de achterlinie van de tegenstander bereikt, het lichthoofdige getintel bij het slaan van wel drie stukken ineens (de stommerik!), maar al bij al is dat noedels in vergelijking met de royale spaghetti die schaken is.

Trouwens, we zouden het nooit in ons hoofd gehaald hebben om het hier in Godsnaam te hebben over dammen, ware het niet dat ook bezigheidstherapieën der halve garen nu en dan eens in het nieuws komen, in dit geval is ons de lust om ooit weer een damschijf ter hand te nemen, of eender welke schijf for that matter, een slijpschijf, of een wielschijf, enig mogelijke uitzondering die we willen maken is de knieschijf van Maaike Cafmeyer, zoals we zeiden voor u ons abrupt onderbrak, in dit geval is ons de lust om ooit weer te dammen voorgoed ontnomen, omdat er nu een machine is, lees: computer, die onoverwinnelijk is in het dammen, een Cuba Libre kan hij niet produceren, die computer, en hij zal ook geen antwoord kunnen geven op de vraag: “Wie is Maaike Cafmeyer”, maar schaken kan Chinook als de beste, hij is er dan ook al mee bezig sinds 1989, dan mag een mens al wat resultaat verwachten, nietwaar, we wensen Chinook dan ook het allerbeste en mogen alle damned dammers van over de hele wereld al gauw hun schijven aan de beuken hangen, of zoiets, wij konden het uiteraard niet laten en hebben toch de proef op de som moeten nemen, het duurde niet lang of Chinook meldde ons “you are in very serious trouble”, ach, als we al zeker niet kunnen winnen, dan doen wij gewoon niet mee, zo zijn wij, hoewel we het opnamen tegen een afgeslanktere versie van het Chinook-beest, misschien hebt u meer geluk, kunde of doorzettingsvermogen, Chinook treft u hier.

Gepubliceerd in: on juli 21, 2007 at 6:28 pm Laat een reactie achter

De trackbackURI naar dit bericht is: http://hermanb.wordpress.com/2007/07/21/nooit-meer-dammen/trackback/

RSS feed voor reacties op dit bericht.

Leave a Comment